Faalangst

Korte info over faalangst

We kennen allemaal angst. Ook de term faalangst is bij de meeste mensen wel bekend. Toch weten we vaak niet goed waar het bij faalangst over gaat.


De ‘gezonde’ spanning voor een test of proefwerk overkomt ons allemaal wel. Je krijgt zweterige handpalmen, een snellere hartslag, knikkende knieën en wellicht ga je ook nog 15 keer naar de wc. Maar is dit faalangst?

Nee… het is een reactie van ons lichaam om met de spanning en angst om te gaan. Ons lichaam heeft dit als overlevingsmechanisme nodig. Als we met onze vingers te dicht bij het vuur komen, dan trekken we automatisch onze hand terug. Dit is een natuurlijke reactie, de vecht- of vluchtreactie. Dit is volkomen normaal.

Als stress de overhand neemt, dan ervaar je het leven als zwaarder en minder leuk. Dan is het tijd om daar iets aan te doen.

Dat kan met F-art! Meer informatie over onze trainingen, vind je hier. Of wil je liever zelf aan de slag? Dan is het werkboek of een van de DIY pakketten iets voor jou!

Groei

Kenmerken van faalangst

We spreken pas over faalangst als er meer factoren aanwezig zijn.

De belangrijkste hiervan is het gevoel te kunnen falen. Dat gevoel treedt op onder invloed van het idee dat er een belangrijke prestatie of een beoordeling wordt verwacht. De situatie roept spanning op, omdat er terecht of onterecht een risico op falen bestaat. Deze angst neemt dusdanig grote vormen aan, dat de eerder genoemde spanningssymptomen veel erger maakt.  De faalangst is niet realistisch en is door de persoon met faalangst veel moeilijker of zelfs helemaal niet te reguleren.

Het faalidee overheerst en is van grote invloed op het functioneren en/of het leveren van een prestatie. Dit vraagt in eerste instantie om aanpassingen waardoor de prestatie toch geleverd kan worden. Denk aan extra tijd, extra begeleiding, een peptalk of soms zelfs medicatie.

Omgang met (faal)angst

Iemand kan op verschillende manieren omgaan met angst:

  • Sommige kinderen zetten zich overmatig in. Deze inzet is zichtbaar in overwerken (tot laat in de nacht, alle ontspanning afzeggen), overconcentreren en uiteindelijk oververmoeidheid. Deze enorme inzet, leidt tot overvraging (soms zelfs met uitputting) en vaak ook juist een slechte prestatie.
  • Andere kinderen  trekken zich terug en vermijden situaties waarvan zij het risico van falen vermoeden. Deze kinderen gedragen zich vaak negatiever en verzinnen excuses. Ook gaan ze situaties uit de weg waar ze kunnen falen.

Soorten (faal)angst

Er zijn veel vormen en gradaties van faalangst. Grofweg zijn er drie vormen faalangst te onderscheiden, namelijk:
1) cognitieve faalangst – hier is angst bij schoolse taken. (Leren, schoolprestaties, etc.)
2) sociale faalangst – hierbij gaat het om angst in de omgang met anderen en
3) motorische faalangst – hierbij is de angst van invloed op de fysieke prestatie (het maken van iets, sport, etc.).

Voorheen werd ook nog over actieve en passieve faalangst gesproken. Wij spreken liever van bovenstaande vormen, omdat deze wat meer ‘van deze tijd’ zijn.

Wist je dat 1 op de 10 jongeren tussen de 12 en 14 last heeft van faalangst? Dit betekent dat er in elke gemiddelde klas in Nederland 2 à 3 kinderen zitten met faalangst. Wie ken jij met faalangst?